Column door Theo Stepper

Ik ging vaak en veel. Niks wilde ik missen, want daar is het toch voor? Ik had goed geluisterd naar ome Huub. Maar dat was vroeger. Ik werd een dagje ouder en maakte keuzes. Vaak vielen die niet uit in het voordeel van bandjes en concerten die ik zou kunnen bezoeken. De mogelijkheid om te gaan was echter genoeg en ik wist dat ik mij niet hoefde te vervelen als ik dat niet wilde. Sloeg ik dus weer eens een aanbod voor concertbezoek af, dan had ik ruim voldoende herinneringen om uit te putten.

Zo dacht ik bijvoorbeeld onlangs nog terug aan die keer dat ik met mijn zoontje van zes naar Rammstein ging. Nederland was in de ban van een hittegolf en het concert begon eerder om te voorkomen dat mensen te lang in de brandende zon moesten wachten. Het kon niet verhinderen dat het optreden eigenlijk nog veel te laat eindigde voor een kleuter. Eenmaal thuis, dronken we nog wat aan de keukentafel. Ik legde uit dat nagenieten erbij hoort en vroeg hem wat hij het mooiste nummer vond.

‘Proost!’ zei ik op elk antwoord dat hij gaf. ‘Links 2-3-4’ (klassieker) ‘Radio’ (op dat moment single), ‘dat ze hem in die kookpot stoppen’ (‘Mein Teil’) en ‘toen ze die kinderwagen in de fik staken!’ (‘Puppe’). Eigenlijk was er te veel om op te proosten. Dus legde ik hem hondsmoe op bed en was de volgende ochtend verbaasd dat hij op tijd wakker werd.

‘Weet je zeker dat je naar school wilt?’ Hij knikte en sprak, te wijs voor zijn leeftijd: ‘’s Avonds een vent, ’s ochtends een vent.’ Een paar uur later werd ik gebeld door de juf. Dat hij in de klas had gekotst. Dat hij lusteloos en moe was en geen zin in school had. Dat Rammstein er behoorlijk had ingehakt – lang leve het kringgesprek – en dat ik hem misschien beter kon ophalen.

Nu wil hij niets liever dan naar school en ik zou dolgraag weer eens een concertje bezoeken. Ik staar naar mijn tickets voor Pokey LaFarge en Nick Cave, maar de optredens zijn gecanceld. Ik streel het kaartje voor het enige evenement dat misschien wel doorgaat met mijn ogen. Het is van  Into The Great Wide Open. Ik hou goede hoop, maar hou toch ook voorzichtig rekening met het ergste.

Wanneer ons de mogelijkheid wordt ontnomen, is het niets dat overblijft groter en zwaarder dan het gemis. ITGWO is als een reddingsboei, een baken in het Grote Niets dat noodgedwongen nu ons voorland is. Wat is die naam eigenlijk goed gekozen en wat kijk ik er naar uit! In tijden van Corona moet een mens durven hopen. Voor de zekerheid diep ik het album van Tom Petty & The Heartbreakers op uit mijn platencollectie, maar bij het afspelen blijft de naald hangen.

2 Replies to “In tijden van Corona moet een mens durven hopen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *