Column door Koen Ruijs

Op zaterdagavond 20 juni stap ik uit de trein op Nijmegen centraal. Bevrijd trek ik mijn plakkerige mondkapje van mijn gezicht af en ik stap door richting de ingang van Doornroosje. Daar staan een tiental mensen rustig te wachten. Gezien de omstandigheden zou je niet zeggen dat hier over enkele ogenblikken een punkband in de zesde versnelling gaat schieten.
Over ‘de omstandigheden’ gesproken: dit is het eerste ‘fysieke’ concert dat ik bijwoon sinds begin maart van dit jaar. Het voelt onwennig, nieuw en spannend. Hoe gaat een punkband een zittend publiek vermaken? En hoe gedraagt het publiek zich ten opzichte van een punkshow terwijl ze vastgeketend zitten aan een stoel?

Bij binnenkomst word ik zorgvuldig volgens protocol begeleid naar een zitplaats in de grote zaal. Eenmaal op mijn plek kijk ik rond en merk ik op dat de overige 29 aanwezigen spontaan met elkaar beginnen te kletsen. Het voelt bijna als een familiereünie. Mensen die elkaar na lange tijd weer zien. Terwijl ik met mijn omstanders wat kletst over deze bizarre periode, dimmen de lichten langzaam.
Guus, Guus, Joey en Jamil (beter bekend als Paracetamøl) betreden het podium. Een prangende gitaarfeedback klinkt over de speakers van de zaal, waarna drummer Guus zijn eerste gejaagde drumfill inzet. We zijn los!
Ik wil bewegen en ik merk dat de rest van de zaal dit ook wil, maar we zitten allemaal vastgeketend aan onze houten stoel. Ik merk dat mijn lichaam zich oplaadt met energie, maar ik kan de energie nauwelijks kwijt. De muziek wil een ontlading bij het publiek creëren. Maar in plaats daarvan heb ik het idee dat ik en de rest van het publiek zich alleen maar blijft opladen. Waar gaat dit eindigen? Halverwege stopt drummer Guus even voor een adempauze. ‘Wat fijn om weer live te spelen voor publiek, maar wat gek om dat te doen voor een publiek wat ons ‘zittend’ aanstaart’, zijn de eerste woorden die Guus ons van verre afstand toespeelt. Vervolgens deelt hij ons mede dat op 28 augustus hun gloednieuwe album ‘Behave’ zal verschijnen, onder het Arnhemse label Waaghals Records. De liefhebbers kunnen na afloop van de show al een exemplaar bemachtigen bij de merchtafel. Dit maakt deze avond toch wel extra exclusief.

Tegen het einde van de show zet de band het nummer ‘Scissor’ in. Dit hoort normaal gesproken de knaller van de avond te zijn. De laatste harde tik tegen een wespennest wat zich nadien zal ontketenen. Zanger Joey balanceert op de randjes van het podium en kijkt ons 30-tal één voor één indringend aan, terwijl hij de teksten door zijn microfoon blaft. Hij probeert ons uit te dagen, zoals hij dat gewoonlijk op dit punt van een Paracetamøl show doet. Alleen dit keer blijft het publieke antwoord bij: zittend ‘ja-knikken’ en meetikken. Geen moshpits, geen bier in de lucht. Geen zweterige lichamen die crowdsurfend voorbij vliegen.

Veel aspecten die thuishoren bij een punkshow, mistten vanavond. Maar ondanks dat, voelde de band zich alsnog één met het (statische) publiek. Even was ik, samen met de band en 29 andere punkliefhebbers, weg van deze pandemie.
Corona bestond even niet, met dank aan Paracetamøl!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *